Geloof en wetenschap gaan samen

Een hoogleraar getuigt van een godswonder en dat leidt tot heftige discussies (Trouw, 25 februari). Die heftigheid lijkt vaak gevoed te worden door drie misverstanden: wetenschappers zijn volstrekt neutrale feitenwaarnemers, de wetenschap verklaart alles en er vindt per definitie een botsing plaats tussen wetenschap en geloof.

Privéleven

Het privéleven, de emoties én persoonlijke overtuigingen van mensen werken door in hun werk. En dat kan goed uitpakken. Zo kan het levensbeschouwelijke perspectief soms zelfs behulpzaam zijn bij het vinden of verklaren van fenomenen. Of zoals toponderzoeker en niet-gelovig hoogleraar Robbert Dijkgraaf stelt over succesvolle gelovige wetenschappers als Newton en Einstein: “Het is maar zeer de vraag of ze tot diepere inzichten waren gekomen als ze die religieuze gevoelens niet hadden gehad”.

Een tweede misverstand is dat wetenschap alles kan verklaren. Hoewel de wetenschap heel veel beschrijft van wat we nu kennen, is voor lang niet alles nog een afdoende verklaring gevonden. Wetenschappelijke kennis wordt verkregen binnen vereenvoudigde modellen van de werkelijkheid. Een wetenschapper die eerlijk toegeeft dat er medisch gezien iets (nog) onverklaarbaars heeft plaatsgevonden, verdient dus een pluim voor zijn transparantie. Dat hij daarnaast als gelovige met een alternatieve verklaring komt, lijkt ons geen enkel probleem. Zeker niet als iemand genuanceerde bewoordingen gebruikt en open staat voor wetenschappelijke toetsing van zijn uitspraken.

Botsing

Een derde en veelgehoord misverstand is dat er per definitie een botsing zou zijn tussen geloof en wetenschap. De eerder aangehaalde professor Dijkgraaf noemt deze botsing niet alleen onnodig en onnuttig, maar zelfs onlogisch. En terecht. Geloof en wetenschap kunnen prima samengaan. Dat blijkt niet alleen uit de geschiedenis waarin tal van grote wetenschappers ongeneeslijk religieus waren en uit de tienduizenden gelovige wetenschappers die momenteel op deze wereld actief zijn. Belangrijker is het feit dat wetenschap haar begrenzingen heeft. Ondanks het feit dat de wetenschap ons veel leert over hoe het leven en de werkelijkheid in elkaar zit, kent wetenschappelijke kennis beperkingen. En die beperking ligt vooral bij de ‘waarom’ vraag. De wetenschap vertelt veel over het ‘wat’ en regelmatig over het ‘hoe’. Zo kan de wetenschap vertellen wat een bepaalde ziekte inhoudt en hoe die ziekte ontstaat. Maar de wetenschap vertelt niet ‘waarom’ iemand die ziekte heeft. Het waarom is niet wetenschappelijk te achterhalen. Wie dat wel beweert, maakt van de wetenschap een orakel van Delphi. Stel een vraag en er komt altijd wel een antwoord uit, ook op levensbeschouwelijke vragen. Dat wetenschap de enige manier zou zijn om kennis over het wat, hoe én waarom te geven, is geen wetenschappelijke uitspraak, maar een levensbeschouwelijke. En ja, dat gaat botsen met een religieuze overtuiging. Maar dat is geen botsing tussen geloof en wetenschap, maar een botsing tussen twee levensovertuigingen.

Trouw, 5 maart 2013 Cors Visser en Chris Kruse

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: